Mijn tuinkabouter en ik

Eens een scout, altijd een scout. Intussen is het al zo’n 7 jaar geleden dat ik mijn uniform met spijt in het hart aan de haak hing, maar de goesting om buiten te ravotten in de natuur zal altijd blijven. Die blote benen, daar pas ik voor. De regen, de sneeuw of de vrieskou, die ik kan ik aan. Er is niks heerlijker dan nadien je ijskoude wangen op te warmen boven een tas hete chocomelk. Ook al woon ik vlakbij de stad, af en toe heb ik mijn shot natuur nodig. Een frisse neus halen, midden in het groen. Een tuin was dus ook een must toen ik mijn huis kocht. Geef mij maar groen, groen achter de oren én groene vingers. Ik wacht ermee om mijn handen uit de mouwen te steken tot de lente: hagen scheren, bloembollen planten, snoeien, mijn stokoud grasmachine vooruit duwen. Het is een erfstuk van mijn grootvader en ik wil er geen afstand van doen. Work-out inclusief, dus.

Als puberende scout vond ik niks leukers dan met mijn vrienden bij valavond of in het pikkedonker door de tuinen van mensen te sluipen. Al giechelend. Al rennend. Al kruipend. Met heel veel ‘ssssht’. En dan verwisselden we de tuinkabouters, de standbeeldjes, de banken. Waardoor mevrouw Lemmens ‘s ochtends een porseleinen kat aan de voordeur had staan in plaats van haar pot met lavendel. En meneer Goris tijdens zijn ochtendwandeling naar het kippenhok plots kon genieten van een rustpauze op de bank uit de tuin Mevrouw Mortelmans. Wat jammer dat we die apotheose telkens moesten missen. We zouden het in onze broek gedaan hebben van het lachen. Of neen, we droegen een rok. Zo’n groene, je kent ‘m wel.

Toen ik gisteren mijn vintage tuinkabouter van 2,50 euro, leve 2dehands.be, ging ophalen kriebelde het weer. Ik zette hem vanachter in de tuin. Vanochtend stond ie er nog steeds. Even twijfelde ik of ik hem aan de voordeur zou plaaten, maar neen. Zo hebben die jongens en meisjes tegenwoordig ook een uitdaging.

Eens een scout, altijd een scout.

Eva Daeleman

Reacties

Een reactie plaatsen bij dit bericht is niet mogelijk.